Blog Image

Celeste Lupus

Over dit weblog

Celeste Lupus schrijft over: literatuur, politiek, filosofie, recht, economie en wetenschap.

Jeugd en muziek

Literatuur Posted on Wed, March 05, 2025 10:29:22

Ooit schreef ik als middelbare scholier een opstel over jeugd en muziek. Onbevangen stortte ik mij op het vraagstuk over de afstand van wat een kind kan begrijpen en de volwassene wil uitdrukken. Jammer genoeg is het opstel niet bewaard gebleven,  neergesabeld door kritiek moet het door de wc pot gegaan zijn.

Ik kan mij ook niet meer voor de geest halen waar de leraar zich aan gestoten had. Wat ik mij vaag herinner was mijn weerstand tegen dwang iets mooi te moeten vinden. Zo herinner ik mij een voorstelling van het Scapino ballet, wat mij niets zei maar de onderwijzer vroeg of wij het mooi gevonden hadden, waarop de meeste leerlingen braaf ja knikten. Een ander geval was een schoolconcert met het orkeststuk L’apprenti sorcier’ oftewel ‘De tovenaarsleerling’ van Dukas. Breed werd uitgemeten hoe knap de orkestratie was van de muzikale vertelling over een tovenaarsleerling die zijn tovenaarsspreuk vergeten was en alles in het honderd liep. Ik herinner mij een school concert met een fagotconcert waarvan ik dacht wat moet ik hiermee. Ik was nog niet de drempel overgestoken van kind naar volwassene, voor wie de voorstelling, de muziek natuurlijk bedoeld was. Het Scapino ballet met die onbegrijpelijke dansen en passen kwam mij vreemd over. De muziek van de tovenaarsleerling vond ik lelijk en de fagot klonk als een krassende kraai. Die tegenstelling van wat een kind beleeft en wat de volwassene hem door de strot wil drukken is mij altijd bijgebleven.

Eerst vele jaren later gingen voor mij de ogen open. Het ballet was een belevenis, de tovenaarsleerling bleek een ongeëvenaarde vondst en de fagot met het rauwe geluid kon de ziel opensplijten. De tocht van een kind naar volwassenheid voert door een lange duistere tunnel tot aan het eind daarvan in het volle licht de werkelijkheid zich aandient.

Dit alles ging door mij heen toen ik in de krant (NRC van 31.01.2025) het stuk van Joost Galema las “‘Spraakmakers’ zegt veel, maar niet tot de verbeelding”. Daarin bespreekt Galema een voorstelling waarin het strijkkwartet van Ravel vergeleken wordt met designerbaby’s, het orkeststuk Carnaval der Dieren van Saint Saëns de deur zou openen naar dierenrechten, Fratres van Alvo Part iets te maken zou hebben met de katholieke jeugdjaren van een misbruikt kind.

Joost Galema bezocht als kind uit een niet muzikaal gezin op zijn negentiende voor het eerst een klassiek concert. Het opende een deur ergens van binnen. Hij kende die muziek niet, dacht hij, maar die muziek kende hem wel. De uitleg die de voorstelling ‘Spraakmakers’ Joost Galema voorspiegelde was totaal anders dan zijn eigen beleving van de muziek. In die uitleg werd veel gesproken, maar niet tot de verbeelding, aldus Joost Galema.

Hetzelfde moet ik als kind ervaren hebben bij het schrijven van mijn naar de verdoemenis verwenste opstel.

Oh, wat is het toch heerlijk te toeven tussen gelijkgestemden.



Ontmoeting

Literatuur Posted on Sun, January 26, 2025 14:46:18

Ooit kreeg ik een uitnodiging voor een boekpresentatie in boekhandel Scheltema op het Rokin. Toevallig was ik in Nederland. Op de zesde verdieping tussen de boekschappen was een ruimte vrijgemaakt met een spreekgestoelte en rijen stoelen voor genodigden. Aan de zijkant stond een geïmproviseerd buffet met flessen en glazen. Aan iemand ervoor die zich ermee scheen te belasten vroeg ik een glas water. Verontwaardigd stelde hij zich voor als Paul Cliteur, naar later bleek één van de inleiders van het te bespreken boek. Zijn verstoorde gelaatsuitdrukking vereiste dat hij uitleg moest krijgen over mijn aanwezigheid. Om me te verontschuldigen zei ik dat ik boeken schreef. Hij vroeg:

‘Wat voor boeken?’ ‘De eerste over een dokter die op straat belandt. De tweede over geroofd Joods bezit, de derde over paniek in de Sovjet Unie door een Navo oefening, de vierde over de vergissing van Einstein.’

Een weerwoord bleef uit. Ik begreep nu te doen te hebben met de vermaarde rechtsfilosoof die zich naar mijn inzicht wel vergist had door zich in te laten met Thierry Baudet. Of de verklaring over mijn aanwezigheid hem tevreden stelde weet ik niet.

De boekpresentatie begon. Een inleider deed het woord. In zijn boek verdedigde prof. Pinto de culturele confrontatie. Te lang waren allochtonen doodgeknuffeld en hadden wij door kolonialistisch schuldgevoel ons maar aan moeten passen aan hun cultuur. In zijn boek ontwikkelt professor Pinto een methode hoe zich als vluchteling voordoende asielzoekers ontmaskerd kunnen worden.

Na wat lovende woorden over het werk beantwoordde prof. Pinto vragen uit het publiek waaronder ook de mijne. De borrel begon en ik had nog een geanimeerd gesprek met de schrijver. Plotseling zag ik mij omringd door een viertal jongens en meisjes die bij het gearriveerde academische publiek wat uit de toon vielen. Mijn vraag was dan ook wat hen hier bracht. Of zij ook bezorgd waren over het multiculturalisme. Zij zeiden naar onderwerpen te zoeken voor hun studentenalmanak en vroegen naar mijn bezigheden. Zoals eerder aan prof. Cliteur somde ik mijn vier boeken op. Anders dan Paul Cliteur bood het hen wel weerwoord. Wat mijn vijfde boek dan wel inhield. Ik stond met de mond vol tanden.

Ik heb daar nooit meer aan terug gedacht. Tot mij het schrijven van dit opstel inviel. Had het boek van prof. Pinto een rol gespeeld? Of was het die studentikoze vraag? Ik weet het niet. Maar dat vijfde boek is er gekomen, het luidt: ‘Europa’s ondergang’.



Piano

Literatuur Posted on Mon, May 20, 2024 10:42:51

Te vaak kwamen er ongewenste beelden uit het verleden boven die verdwenen hadden moeten blijven. Hij begreep het niet. Waarom bleef alles waar hij zich wel op meende te kunnen beroepen onder de radar? Want die vraag kon hij zich pas stellen door alles met zijn verstand na te gaan, af te tasten, niet door lekker onderuitgezakt het gemoed de vrije loop te laten. Steeds opnieuw nam hij zich voor aan de toekomst te denken waar met een beetje fantasie het beloofde land lag en boosaardige geesten geen kans kregen.

Hij was op het vliegveld voor een reis naar Nederland om de buluitreiking van zijn kleindochter bij te wonen. In de vertrekhal, het vliegtuig had vertraging, had hij gelezen over de veldslag te Austerlitz van Napoleon tegen de alliantie van Oostenrijk en Rusland met de generaals Kienmayer, Langeron, Doctorev, Przbyszewski, Miladorovitch en natuurlijk Koetoesov. Op 2 december 1805 heel vroeg bij het aanbreken van de dag probeerden zij de slagorde te ontwaren die Napoleon had opgesteld. Tevergeefs, de dikke mist benam het zicht. De Oostenrijks Russische alliantie waande zich met hun overmacht van 90.000 man superieur aan de Fransen met hun 75.000 man.

De hele dag duurde slag met wisselende kansen. Achteraf werd het de Drie Keizerslag genoemd. Omdat er drie keizers aan deelnamen, Napoleon een jaar eerder tot keizer gekroond, Franz II keizer van het Heilige Roomse Rijk en tsaar Alexander van Rusland.  Napoleon wint de slag door de tegenstander te misleiden. In Frankrijk bestaat een genootschap met vrijwilligers die eens in de zoveel tijd de slag naspelen in nagemaakte authentieke kostuums.

Over die in scène gezette reconstructie bestaat ook weer een film met een moordintrige omdat op een van de acteurs met scherp wordt geschoten in plaats van met losse flodders. De intrige was heel bijzonder, een misdaad gepleegd in een wereld van goedwillende de historie naspelende bevlogelingen. Het geld zou geen rol spelen. In Rusland werd ooit een ballerina vergiftigd door een jaloerse concurrente die haar succes misgunde. Iets dergelijks deed zich ook voor in de tenniswereld. Een Duitser stak Monica Seles met een mes in de rug om zo Steffi Graf Wimbledon te kunnen laten winnen.

Al mijmerende dacht hij dat het leven alleen maar kon bestaan dankzij de herinnering. Alles wat wij beleven, meemaken verwordt in een luttele seconde weer tot herinnering. Het heden bestaat eigenlijk niet. Dat is het verschil tussen jong en oud dacht hij. Volgens zijn verstand moest het met zijn leeftijd afgelopen zijn. Maar niet voor zijn gevoel. Dat hij ieder moment onder de bus kon komen of iets met hetzelfde gevolg, je ook zomaar kon omvallen en het best een voltooid leven leek deed daar niet aan af. Het vlieden van de tijd openbaart zich pas op het laatst.

In de vertrekhal stond een piano. Muziek is een wonder dacht hij en zette zich er achter.  Hij beroerde de toetsen en fantaseerde wat. Loopjes ontstonden onder zijn handen.  Ooit had hij een film gezien over de slag bij Stalingrad. In die afschuwelijke veldslag bij temperaturen tot wel twintig graden onder nul gebeurde er ook een klein wonder. In een vlaag van menselijkheid hadden de vijanden elkaar een korte periode van rust gegund. Op eigen gezag hadden een Russische en Duitse commandant een korte wapenstilstand gesloten. Tussen de ruïnes van een huis of concertzaal stond nog een gave piano. De belachelijkheid van die aanblik loste op toen een soldaat, sergeant of officier zich niet kon bedwingen en zich erachter zette. IJle tonen van een melodie klonken tussen de zwartgeblakerde ruïnes en veranderden het slagveld in een gebedsoord waar haat, agressie, angst, machtswellust, killerinstinct uitgebannen waren en aan beide zijden van de frontlinie de geharnaste soldaten geroerd onbeweeglijk bleven luisteren.

Die hemelse ogenblikken duurden tot in de verte een schot klonk, de klanken wegstierven en iedereen bij zinnen kwam. Verlaten posities werden schielijk weer ingenomen en onverbiddelijk barstte het geweld weer los. Hij dacht aan Mozart en speelde de maten van zijn eerste pianostuk, getoonzet als vijfjarig wonderkind. Altijd weer beroerde hem de eenvoud van de compositie. Het was zo simpel dat iedereen het had kunnen bedenken, zo leek het wel. Het is die goddelijke vonk die van een paar strepen in het zand een meesterwerk maakt. Hij stond op van de piano, keerde zich om en zag weer die ongenaakbare jonge vrouw die hem eerder als oude man geen blik waardig had gekeurd. Maar nu keek ze naar hem, met een dankbare glimlach om haar mond, in opperste verbazing wat haar overkomen was.   



Le présidentiel

Literatuur Posted on Mon, April 25, 2022 15:31:27

Emmanuel Macron is herkozen als president van Frankrijk. Zelden zo’n spektakel gezien. Iedereen blij! Iedereen had gewonnen! Die Grosse Verliererin Marine Le Pen schreeuwde victorie. Zij ging haar gelijk halen bij de komende parlementsverkiezingen op 5 en 19 juni a.s.. Jean Luc Mélenchon was buiten zinnen. Na diezelfde verkiezingen konden ze niet meer om hem heen als minister-president. Hij zou die vermaledijde pensioenplannen van Macron om zeep helpen. Macron links en rechtsom inhalende kregen ze toch hun gelijk. Hun tijd moest nog komen. Tot meerdere glorie van hun  heilsboodschap zongen ze onzuiver de Marseillaise als een soort Sesam Open U waarachter het gewenste vaderland zich vanzelf aanbood.

Voor een filosoof is het een wonderlijk maar ook een bekend verschijnsel. Een filosoof denkt op lange termijn. Al naar gelang de hoop en vrees van elk van haar onderdanen biedt Frankrijk zich aan in verschillende gedaanten. In de euforie van de overwinning doet die gebarsten spiegel zich heel even voor als een glanzend oppervlak. Er zijn geen verliezers.

Maar de echte overwinnaar zag verder. Hij wilde het verborgen leed van de ander verzachten. Hij was niet arrogant. Hij droeg een eenvoudig zondags kostuum met bijbehorende gespen riem, waarmee hij in elk zich respecterend studentendispuut zou zijn geweigerd. Zijn echtgenote, vijfentwintig jaar ouder, deed het anders. Haar elegante verschijning, gestoken in een modieus donkerblauw mantelpakje met witte tressen, herinnerend aan het bezit van een grote zeemacht, deed vooral het vrouwelijk gedeelte van de kijkers de adem benemen hoe een vrouw tot zoveel in staat was. Tot slot zong een operadiva in een bloedrode avondjurk de Marseillaise, weliswaar zuiver van toon en zonder misslag, toch zich daarmee onderscheidende van de zo geliefde volkszang.

Ik waande mij even met de beentjes van de vloer.



URK

Literatuur Posted on Tue, March 15, 2022 16:40:21

Had zo’n rare droom. Ik had mij terug getrokken op Urk. Het laatste plaatsje op aarde van vreemde smetten vrij. Daar was Thierry Baudet tot koning verheven om de soevereiniteit te waarborgen. Omdat ik de zuiverheid van Wien Neerlands Bloed niet meer opsnoof had ik daar toevlucht gevonden. Op het grote marktkplein zongen wij met koning Thierry Baudet aloude Urkse gezangen. Vredig legden wij ons te slapen. Bij het morgenkrieken zag ik op het marktplein koning Thierry Baudet het vaandel begroeten. Het was niet het vaandel van Urk maar dat van Poetin. Vol ongeloof staarden Urkers hem aan en vroegen wat dat te betekenen had. Koning Thierry Baudet verkondigde: ‘Laat ons knielen en hem beladen met geschenken.’

De Urkers vroegen: ‘En waar stond u dan voor?’

Koning Thierry: ‘Begrijpen jullie het niet? Onze soevereiniteit heeft een keerzijde. Met onze krijgshaftige taal om dat te beschermen bedreigen wij de soevereiniteit van Poetin. Mogen wij geen begrip hebben voor zijn gewetensnood? En leert het woord van onze verlosser niet onze vijand lief te hebben?’

De menigte zweeg. Tot een oude Urker zei: ‘Dat verhaal heb ik anders begrepen. Wat moeten wij hier met u? Een buitenstaander, geworden tot een Quisling. Wij hebben u koning gemaakt om ons zelf te kunnen zijn. Niet om mededogen te hebben met de man die zijn eigen volk bedriegt en verraadt, die de mensheid opoffert voor zijn gekwelde ziel dat alleen bevrediging vindt door dood en verderf te zaaien.’

De oude Urker draaide zich om naar de menigte en riep: ‘Wat moeten wij met hem?’

De menigte schreeuwde: ‘Aan de galg met hem!’

De oude Urker zei: ‘Dat is nog te veel eer.’

Hij trok zijn mes, stiet het in het hart van de verrader en draaide het heft driemaal om.



Het verboden boek

Literatuur Posted on Sat, May 09, 2020 15:34:10

             

De verhandeling van het boek Mein Kampf door Adolf Hitler, geschreven in gevangenschap na de mislukte Bierkellerputsch in München in 1923, is lange tijd in Nederland strafbaar gebleven. Vooral historici vonden dit een mankement. En met het verstrijken van de tijd werd de kans kleiner dat het verbod gehandhaafd zou blijven. Zo werd Ewout Kieft, historicus, door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, het NIOD, gevraagd om een voorwoord te schrijven in toch een nieuwe Nederlandse editie. Door geldgebrek en verzet besloot het NIOD uiteindelijk er van af te zien. In Duitsland was al een nieuwe Kritische Edition verschenen en daarmee rees de vraag of een Nederlandse nieuwe uitgave iets zou toevoegen. Dat bracht Ewout Kieft er toe dan maar een boek te schrijven over de achtergronden van Mein Kampf. Dat is geworden ‘Het verboden boek’ met als ondertitel Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme’, Atlas Contact 2017.

Het is een indrukwekkend boek geworden. Kieft belicht en analyseert het gedachtegoed van Hitler helder en duidelijk. Het zal sommigen tegen de haren instrijken, maar er zijn vele opvattingen van Hitler waar Kieft het mee eens is. Er is veel mis in de wereld. Misstanden en tekortkomingen ten tijde van Hitler zijn ook in de huidige maatschappij te herkennen. Waar Kieft echter misselijk van wordt is hoe Hitler inspeelt op de onderbuikgevoelens van de gewone man om die achter zich te krijgen. Het vreemde is dat Hitler zijn eigen drogredeneringen uitlegt als de grote kunst van de misleiding. Kieft vraagt zich dan af hoe het kan dat iemand die zijn eigen bedrog toegeeft, sterker nog het als een goede eigenschap kwalificeert, toch zoveel mensen achter zich krijgt. De kritische pers heeft dat indertijd ten onrechte niet aangegrepen, met als kennelijk motief ‘doodzwijgen is beter dan er op ingaan’.

Kieft ziet in de hedendaagse maatschappij vele parallellen met de problemen waarmee de samenleving indertijd toen al worstelde. Het is niet zo dat Hitler zelf het brein achter zijn ideeën was. Hij haalde ze uit de samenleving en koos daaruit wat hem van pas kwam, om de macht te verwerven een nieuwe oorlog te beginnen om zich te wreken op het schandelijke verdrag van Versailles en de joden die daarvan de oorzaak waren. Kieft geeft aan dat in andere landen dezelfde soort ideeën heersten welke ook Hitler gebruikte. In socialistische kringen gingen stemmen op de mensheid verder te helpen door middel van harde biologische selectie. De toneelschrijver George Bernard Shaw meende ‘een groot aantal mensen zou om het leven moeten worden gebracht simpelweg omdat het voor anderen tijdverspilling is voor ze te zorgen’. Grote namen als John Maynard Keynes, Winston Churchill en de Amerikaanse president Theodore Roosevelt pleitten voor genetische selectie. Churchill stelde in 1910 als minister van binnenlandse zaken voor om bepaalde risicogroepen te steriliseren. Bij intellectuelen heerste een groot onbehagen dat de gebrekkige mensen de meeste kinderen voortbrachten. Ikzelf moest daarbij denken aan mijn eigen biologielerares op de hbs die soortgelijke kwesties behandelde en zinspeelde op mogelijkheden om de voortplanting te kunnen reguleren.

Al lezende in Mein Kampf maakt Kieft zich kwaad over de gemakzucht waarmee moderne politici het populisme op één hoop gooien met de methoden van Hitler. Het gaat er volgens Kieft om wat men onder een volk verstaat. Voor Hitler was dat een abstracte werkelijkheid, door het volk te zien als een gelijkgestemde homogene eenheid om daarmee te hoop te lopen tegen een door hemzelf bedachte vijand. In werkelijkheid bestaat het volk uit een veelvoud van individuen met soms gemeenschappelijke, soms tegengestelde belangen, die wel één gemeenschappelijk doel hebben, het bewaren van de vrede.

Zo is de boekbespreking van Mein Kampf door Ewout Kieft een prachtig boek geworden dat zin en onzin over Hitler ontrafelt en een onthullend beeld geeft van hoe de misdaden van Hitler een verkeerd referentiekader zijn geworden over wat nu als goed of verkeerd wordt gezien en aldus het eigen kritisch vermogen aantast.

En toch, ook Kieft maakt een kardinale, eigenlijk onvergeeflijke, fout in zijn analyse van dat hedendaagse denken en zijn kritiek daarop. Op de bladzijden 238 en 239 weerlegt Kieft de opvatting van de ‘linkse kerk’ die de positie van moslims in Nederland gelijkstelt met die van de joden in Hitler-Duitsland. Volgens Kieft is het antisemitisme van toen van een volstrekt andere orde dan de islamafobie van nu. Maar, zegt Kieft daarover, ‘het gaat in dit geval om iets anders, om een van de fundamenten waarop de Nederlandse democratie is gebouwd: de godsdienstvrijheid’.

Toen ik dit las kreeg ik het gevoel dat het vooroordeel over het verschil tussen alfa’s en bèta’s misschien toch zou kloppen. Deze kardinale fout wordt door velen gemaakt en verlamt het denken van onze volksvertegenwoordigers, bestuurders en rechters. Want onze democratie is in het geheel niet gebouwd op het fundament van de godsdienstvrijheid. Het is precies andersom. De godsdienstvrijheid bestaat bij de gratie van, is het gevolg van onze democratie. Het woord ‘godsdienstvrijheid’ is ooit in artikel 6 van onze grondwet opgenomen om vervolging van andersdenkenden tegen te gaan. Men heeft dat uit het oog verloren. Het gevolg is dat ondemocratische geloofsovertuigingen zoals de islam er hun voordeel mee kunnen doen, een averechts effect dus. De ‘linkse kerk’ zal dat onmiddellijk weerleggen door de positie van de gematigde moslim ter sprake te brengen. Men kan erover twisten of een zo grote wereldomspannende geloofsgemeenschap als de islam, die een krijgsheer aanbidt in plaats van een ziener die ieder geweld en dwang afzweert, of die geloofsgemeenschap in staat is een afsplitsing te bewerkstelligen waardoor de kwaadaardige elementen in hun godsdienstbeleving uitgebannen worden, zoals Luther dat heeft gedaan met de katholieke kerk. In mijn optiek is religie, godsdienst, een individuele beleving over de zin van het leven en de dood. De elementen van de islam daarentegen duiden op bekering, dwang zich te laten opnemen in een groot verband. Dat was ook wat Hitler nastreefde, zoals Kieft vakkundig analyseert in zijn boek. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Hitler op goede voet stond met islamitische heersers, waarschijnlijk niet alleen vanwege de gemeenschappelijke vijand, de joden, maar ook vanwege het begrip voor elkaars methode hoe het volk te onderwerpen.



De film Dokter Zjivago

Literatuur Posted on Sun, March 29, 2020 17:29:47

De film Dokter Zjivago wijkt op enkele kenmerkende onderdelen af van het boek van Boris Pasternak. Soms ten voordele, soms ten nadele.

De halfbroer van dokter Yoeri Zjivago, Jevgraf Zjivago komt in de film veel meer naar voren. Daar begint de film zelfs mee. In het boek wordt deze halfbroer (of soms stiefbroer, maar dat kan aan de vertaler liggen) alleen aan het einde als generaal van het Rode Leger ten tonele gevoerd. Misschien heeft de film dit minder sterke onderdeel van het boek willen maskeren. Maar ook dan blijft hij een wat wezensvreemde figuur. Want ook deze halfbroer heeft een bourgeoisverleden, wat hem niet zonder nadere uitleg tot een door de bolsjewieken gedulde revolutionair maakt.

De aanslag op de onschuld van de jonge Lara door de rokkenjagende, drinkende, kaartspelende, sluwe advocaat Komarovski wordt in de film beter in beeld gebracht. Toch blijft de figuur Komarovski wat onwerkelijk. Als jurist zou hij wat in zijn mars moeten hebben om het tot minister van justitie te kunnen schoppen, wat men zich bij diens gepresenteerde levenswijze moeilijk kan voorstellen. Van enig optreden op rechtsgebied blijkt niets, behalve dat hij, althans in het boek, eerder als een charlatan wordt voorgesteld.

De scene van de aanslag van Lara op Komarovski met een pistool wijkt in de film volledig af van die in het boek. In het boek verwondt zij de openbare aanklager Kornakov en zorgt Komarovski er voor dat zij niet vervolgd wordt. Geloofwaardig vanwege diens geheime connecties. In de film verwondt Lara haar echte doelwit Komarovski en legt niemand haar een strobreed in de weg als zij door haar vriend en verloofde Pasja Antipov de zaal uitgeleid wordt. Welk gezag deze jonge revolutionair daar in die tsaristische balzaal kan laten gelden is niet echt begrijpelijk. In de film vermeldt Pasja Antipov dat op achtjarige leeftijd zijn vader is overleden terwijl in het boek de oude Antipov nog vele jaren later lid is van een revolutionair tribunaal.

Het meest storende in de film vond ik de ontmoeting op het slagveld in de oorlog tegen de Duitsers. In het boek ligt de gewonde legerarts Zjivago in een militair hospitaal en wordt daar verpleegd door een verpleegster die Lara blijkt te zijn. Zonder het uit te spreken weten Zjivago en Lara dat zij voor elkaar bestemd zijn. Met de wilskracht die hen gegeven is onderdrukken zij dit en spreken over de revolutie, het lot van de mensheid. In de film blijft daar niets van over, stijgen de dialogen niet uit boven die in een driestuiversroman.

De film laat achterwege waarom de opstandige Pasja Antipov zijn gelukkige gezin met Lara en hun dochtertje Katjenka in Joerjatin verlaat om als militair tegen de Duitsers te vechten. Van de gevaarlijke treinreis van Zjivago naar Moskou na het einde van de oorlog zijn geen beelden te zien. Zo zijn er meerdere afwijkingen met het boek. Filmtechnisch blijft het evenwel een fantastisch spektakelstuk.

De film heb ik opnieuw bekeken met de dvd uitgave. In het eerste deel stoorde ik mij aan de Engelse taal van de acteurs, wat afbreuk deed aan de authenticiteit van wat zij moesten uitbeelden. Daarom voor het tweede deel koos ik voor het Frans wat bepaald beter klonk, met in het achterhoofd dat in het tsaristische Rusland veel Frans gesproken werd.



Boekenweekgeschenk

Literatuur Posted on Wed, March 04, 2020 19:26:35

                     

In mijn boekenkast staan wat gratis boekjes die ik ooit ongevraagd kreeg ter gelegenheid van een bezoek aan een boekhandel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek, oftewel het CPNB, dat jaarlijks ook het boekenbal in de Amsterdamse Schouwburg organiseert, was daar verantwoordelijk voor. Maar met die boekjes maakte die stichting bij mij bepaald geen propaganda. Ik noem er een paar. ‘Afgunst’ van Saskia Noort, over een vrouw die gegijzeld wordt door een afgewezen minnaar. Waar haalt zo’n schrijfster de inspiratie vandaan? ‘Broer’ van Esther Gerritsen (ook zo’n naam waar je in de om de hoek boekhandel mee plat gegooid wordt), over een mislukte broer met een geamputeerd been waar het gezin van zijn zus (een drukbezette zakenvrouw) mee opgescheept zit. Iets beter vond ik ‘De klacht van een dorpsschoolmeester’ van J.M.A. Biesheuvel, over een schoolmeester die het door hem verwekte kind al in de baarmoeder les wil geven.

Wat maakt een boek goed? Dat blijft een raadsel, want ik weet dat die boeken of boekjes door velen verslonden worden. Maar ik vind er geen bal aan. Dus moet het aan mij liggen. En dat kwelt mij. Mag ik in alle bescheidenheid daar aandacht voor vragen? Net zoals Saskia Noort en Esther Gerritsen dat doen over wat hen dwars zit. Nu werpt u tegen dat zij het niet zijn, maar hun romanpersonages. Ik geloof u graag, maar het gaat toch in beide gevallen over gekwelde vrouwen, waar die schrijfsters iets mee moeten hebben.

Hoe komt het dat het geneuzel van elke dag voor de meesten zo opwindend is? Over de geheimen in de keuken, de kuiperijen op de werkvloer? Ik heb daar wel zo mijn ideeën over, maar ik zal u daar niet mee lastig vallen. Een tip van de sluier wil ik hier toch wel oplichten. En dat is dat je ook het geneuzel van elke dag tot heel iets bijzonders kunt maken door de wijze waarop je daarover schrijft. Dat miste ik in de hiervoor vermelde boekjes. Het bleef geneuzel.

Maar dan gebeurt het wonder. Uit verveling pakte ik gisteren toch  weer zo’n boekje, uitgegeven door die stichting die antireclame maakt waarvoor ze behoort te staan. Maar deze keer niet. Ik hield in mijn hand een boekje getiteld ‘De verdachte Verheugt’ van ene Janwillem van de Wetering uitgegeven ter gelegenheid van de Boekenweek 1980. Dat kon nooit wat zijn. Maar toen ik het in één adem uit had gelezen dacht ik er anders over. Ik keek nog eens naar het titelblad met een foto van het gezicht van een man met dezelfde kenmerken als die van de romanfiguur in het boek genaamd Rinus de Gier, ‘een mooi hoofd met een rechte neus boven een opgeborstelde volle knevel, zachte bruine kijkers, daarboven krullen, in elkaars verlengde gekamd’. Het zou zomaar kunnen dat de schrijver hier uit ijdelheid zichzelf had beschreven. Want het boekje paste keurig in de traditie van romanfiguren die door de mand vallen. Janwillem van de Wetering spaarde zichzelf niet. Die stoere uitdrukking op het gezicht, dat smoelwerk wat het ergste deed vermoeden, op zijn best gaf het de blik op een toch wankele onderneming. De man had iets van een windbuil.

Kort en goed, hier is al veel mee gezegd. Want het boekje zelf gaat over de Amsterdamse rechercheurs Grijpstra en De Gier die op oorlogspad zijn. Dat slaat vooral op de adjudant Grijpstra, terwijl zijn mindere, brigadier De Gier, hem voor valkuilen wil behoeden. Een hilarisch verhaal, zoiets als een avant propos op het boek van Michiel Princen ‘De gekooide recherche, het ware verhaal over de matige prestaties van de Nederlandse opsporing’ (verschenen in 2015). Terzijde, evenals Michiel Princen was Janwillem van de Wetering ooit vrijwillig agent van de Amsterdamse politie.

Het boekje deed mij denken aan de korte periode dat ik ooit binnen het notariaat werkzaam was. Daar werd ik geconfronteerd met een cultuur die weinig aan de verbeelding overliet. Het secretariële personeel kende alleen de vorm waarin een akte gegoten werd, met alle ontzag dat daarvoor behoorde te bestaan. Enige belangstelling, aandacht voor wat erin beschreven werd weggedrukt, zo dat het lachwekkende vormen kon aannemen. Ten blijke daarvan liet ik eens als kandidaat-notaris uit balorigheid een secretaresse het volgende tikken:

‘Heden verscheen voor mij, Gijsberthus Kwintus, notaris ter standplaats Rotterdam, mevrouw Juliana van Oranje, Koningin der Nederlanden. De comparante verklaarde het helemaal gehad te hebben met haar gemaal en met het oog op diens verwijdering uit de Koninklijke Stallen de volgende staat van haar bezittingen te willen maken……..enz.’

U begrijpt dat notaris Kwintus de akte niet heeft verleden. Maar hij riep mij wel bij zich, verzuchtende dat ik niet geschikt was voor het vak.

Misschien krijgt u enig idee wat ik wel en wat ik niet kan waarderen.



Next »